Rouwprotocol

Rouwen. Bestaan daar regels voor? Nee natuurlijk niet. Maar toch voelt het voor veel mensen wel zo. Voor mij bijvoorbeeld ook.
Zo heb ik nog altijd het gevoel dat het gemis en je verdriet alleen rond de sterfdatum het ergst mag zijn. Maar toen ik van de week op de scooter richting de binnenstad reed en overvallen werd door een immens gevoel van verdriet en gemis naar mijn vader, bedacht ik me dat mijn pijn dan helemaal niet op zijn heftigst is. Ik word vaak heel verdrietig als ik in periodes kom van na zijn dood. Dingen als “de eerste keer zonder”. Maar ook als ik onze jongste kinderen moet uitleggen wie Opa Ton nou eigenlijk is. Of wie Emmo nou is, die man op de foto met zijn grote grijze snor. Dan kan ik zo verdrietig worden dat hun hen niet kennen, maar ook dat hun onze jongste kinderen nooit hebben ontmoet. Het gemis en verdriet kan in hele kleine dingetjes zitten maar een enorm donker gevoel achterlaten. Vandaag is de sterfdag van mijn zusje. Ik denk bizar veel aan haar. Ze zou zich rot lachen als ze zou weten hoeveel. Door haar dood ben ik mijn gezin nog meer gaan omarmen. Maar is het feit er ook dat ik nog meer angsten ben gaan ontwikkelen. Vooral de angst om ook dood te gaan. Want waar het vroeger een ver van mijn bed show was is het nou op mijn 43e toch een aantal maal schrikwekkend dichtbij gekomen. Heb ik de dood letterlijk gezien en aan kunnen raken. Ik kan jaloers zijn als mensen die de dood ook van dichtbij mee hebben gemaakt en toch nog heel nuchter kunnen zeggen, “De dood hoort bij het leven. Ik ben er niet bang voor.”.
Misschien is het ook niet echt de dood waar ik bang voor ben, maar bestaat mijn angst zich voornamelijk uit het verliezen van mijn gezin.
Want ga je dood dan heb je geen keuze. Soms enkel het “geluk” dat je afscheid van ze kan nemen.

In mijn leven heb ik al veel afscheid moeten nemen van mensen. Begrafenissen, kerkhoven, ik heb ze altijd intrigerend gevonden. Vroeger had ik enkel de angst om mijn ouders te verliezen. Ik kon daar zo vreselijk om huilen. De gedachten dat mijn moeder zou komen te overlijden bijvoorbeeld. Totale paniek voelde ik dan. Terwijl er (toen nog) niets met mijn moeder aan de hand was. Maar het idee zonder haar te moeten leven daar kon ik echt helemaal gek van worden. Maar toch kon ik enorme rust vinden als ik over het kerkhof liep. Als het weer eens onrustig in mijn hoofd was tijdens mijn roerige pubertijd. Dan pakte ik mijn snorfiets en reed ik naar de Rusthof. Dan zette ik mijn snorfiets voor de grote poorten en liep ik over het kerkhof. Dan zocht ik het graf van mijn veel te jong overleden neefje Nicki. Het was net 4 maanden oud toen hij overleed aan Wiegendood.
Ik was toen 10 jaar oud en kan mij enkel nog het verdriet herinneren van mijn moeder en de moeder van Nikki. De destijds vriendin van mijn oom. Ik zie Nikki nog liggen, opgebaard in zijn eigen wiegje. IJskoud maar toch zag hij er zo mooi uit. Donkere nageltjes, donkere lipjes, gesloten oogjes. Zo vredig maar ook zo kil. Als ik naar zijn grafje ging had ik altijd het gevoel dat ik hem even had bezocht. Dat ik hem even liet weten dat ik hem zeker niet was vergeten. Maar ook voor mijn oom en zijn vriendin vond ik het belangrijk.
En als ik dan over het kerkhof wandelde dan stond ik ook stil bij voor mij onbekende. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit compassie, eerbetoon, laten weten dat iemand er nog toe doet. Het is misschien een raar iets van me, maar ik vind dat belangrijk.

Nu ik zelf de as van mijn vader thuis heb, het as van mijn biologische vader op het kerkhof staat en ook het as van mijn zusje in een grafje op het kerkhof staat is het toch anders geworden. Regelmatig ga ik even langs het kerkhof waar hun as staat. Het zit vlakbij de binnenstad van Amersfoort. Of eigenlijk is het gewoon hartje centrum. Een mooie stenen muur en ijzeren hek zorgen ervoor dat je de drukte van de stad niet ziet. Maar je hoort hem wel zeker als je over het kerkhof loopt. Het heeft iets moois en het is totaal het tegenovergestelde van het kerkhof op de Rusthof. Dat ligt in de bossen op een hele mooie plek. Ik heb er zelfs weleens een hert zien lopen en met grote regelmaat komen de konijntjes je tegemoet. Op de rusthof kan ik nog steeds tot “rust” komen. Maar op de Utrechtseweg heb ik dat niet meer. Ik neem eigenlijk nooit een bloemetje mee of bloemstukje. Ik steek soms een kaarsje aan, maar dat is het dan ook. Ik ga er meer heen om ze te laten weten dat ik nog altijd veel aan ze denk. Dat ze in mijn hoofd en hart zitten. Want ik heb toch altijd het gevoel dat ze dat weten ofzo. Beetje apart omdat ik wel echt denk dat als je hart stopt met kloppen je er ook gewoon echt niet meer bent. Maar dan toch denk dat ze weten dat ik even langs ben geweest. 😉 .
Nadat ik hun heb bezocht loop ik ook daar altijd even een rondje. Langs mijn broer die ik nooit gekend heb en hij mij ook niet. Hij overleed in 1988, ik was toen net 13. Zijn naam kende ik wel, zijn vader immers ook. Dat bleek ook mijn vader te zijn. Maar dat werd mij pas verteld toen ik 16 was.
Zijn graf waar ook zijn foto op staat geeft mij altijd het gevoel dat ik hem ken, en dat hij mij nou ook kent. Gewoon omdat ik er regelmatig voor sta en als ik naar zijn foto kijk ik hem als het ware recht in de ogen aan kijk.
Ook loop ik altijd even langs het broertje van mijn dierbare vriend Carlos.

De urn met as van mijn vader staat bij ons thuis. De dag dat we de as op konden halen werd al vrij snel duidelijk dat we het niet zo snel zouden gaan verstrooien. Mijn moeder zou nooit naar een kerkhof toe kunnen gaan om zijn urn te bezoeken. Met twee van zijn kinderen was geen contact meer, en mijn zus met wie er nog wel contact was maakte het niets uit wat er met zijn as zou gebeuren. Mijn vader maakte het allemaal niets uit. Die was het liefst in een kartonnen doos de oven in geschoven, maar daar zaten zoveel haken en ogen aan dat we die wens niet konden vervullen. En zijn as in de container gooien, iets wat hij ook regelmatig riep, dat ging me toch echt iets te ver. Hij woont nou lekker bij ons. Verhuisd regelmatig van plekje in ons huis, het voelt niet vreemd, en als iemand hem wilt bezoeken zijn ze meer dan welkom 😉 . En het geeft mij ook rust dat hij hier is.
Ik rouw niet als ik zijn urn zie. Die urn doet me geen verdriet. Het is het gemis dat pijn doet. Het gemis naar hem persoonlijk. En zijn urn geeft mij niet de prikkel om hem nog meer te missen. Het geeft me meer het gevoel dat hij nog een beetje bij me is.

Maar goed…de regels van rouwen, daar begon ik mee. En ik dwaalde totaal af…
Die regels zijn er dus niet. Ik moet altijd denken aan een quote die ik ooit las en altijd in mijn hoofd is blijven hangen.

“Missing you comes in waves. Today i’m drowning.”

En zo is het echt. Ik heb momenten waarop het heel goed gaat en het overlijden van mijn dierbaren goed bespreekbaar is voor me.
Dat ik met een lach over ze praat of aan ze denk. Dat het gewoon “gewoon” is dat ze er niet meer zijn. Al klinkt dat misschien wat cru.
Maar soms is het gewoon het onderdeel van ons leven. Ze zijn er niet meer. En op andere momenten doet iets wat zo gewoon is geworden ineens enorm veel pijn.
Soms niet eens pijn die ik zelf ervaar, maar pijn die ik voel omdat ik weet dat ze zo gemist worden door anderen.
Mijn moeder kan intens verdrietig worden als ik over mijn vader praat. Dan begint ze te huilen en zie je echt de pijn in haar ogen, de pijn van het missen. Dat deed ze al toen ze gingen scheiden, maar nu hij er echt niet meer is doet het zoveel meer pijn.
En als ik denk aan de familie van mijn zusje, haar kinderen.
Haar moeder…die moest eerst al afscheid nemen van haar liefde (onze vader) en daarna ook nog eens van hun enig kind samen.
Vreselijk. Echt vreselijk.

(Voor de mensen die de draad kwijt zijn over mij en mijn vader(s). Emmo is mijn biologische vader en Ton is gewoon mijn vader. Bij Emmo heb ik 3 broers en 1 zusje, waarvan 1 broer en zusje helaas overleden zijn. Ik ben niet opgegroeid met hen. Ton was de man van mijn moeder, hij heeft mij erkent en tot mijn 16e wist ik niet beter of dat hij gewoon mijn vader was. Ik groeide op in ons gezin met mijn broer en 2 zussen. Ik kende Emmo wel als vriend van mijn ouders en we hadden een bijzondere band. Later bleek dus waarom.)

En vandaag. Vandaag voel ik gewoon een heleboel. Ben ik verdrietig om alles wat niet meer is. Om alles wat ook niet meer komt.
Maar ook dankbaar. Ik kreeg een prachtige foto van Pipp en Vido die gisterenavond een nachtje gingen logeren bij hun Beppe.
En dan ben ik zo dankbaar dat zij er nog is voor ze. Dat ze dit mogen ervaren en deze liefde kennen. Niet zo lang geleden dachten we ook eventjes dat we haar ook kwijt zouden raken. Ze kreeg een verkeerde diagnose in het ziekenhuis en wat waren we enorm bang.
Maar godzijdank mogen wij, maar vooral onze kinderen, nog van haar genieten. Maar is het wel verrekte zuur dat ze nooit zullen weten hoe fijn het was toen alle anderen er nog waren. Dat zullen ze enkel weten door onze verhalen.
En gelukkig zijn die er voldoende. En door te blijven vertellen zullen ze nooit vergeten worden.

One thought on “Rouwprotocol

Comments are closed.