Lieve Franke

Ieder mens heeft zijn eigen bagage. Zijn grenzen. Een potje dat vol kan komen te zitten. Ieder mens haalt geluk uit de dingen waar zij gelukkig van worden.

Wanneer ons potje vol zit, wanneer wij ergens geluk uit halen, wanneer onze grenzen zijn bereikt kunnen alleen wij bepalen.

Niemand weet hoeveel tranen hier de laatste maanden gevloeid hebben. Hoeveel frustraties en gevoel van wanhoop er is geweest. Steeds als we positief door gingen kwam er weer een tegenslag. En het is makkelijk om vanaf de zijlijn een oordeel te vellen. Om het vanuit jouw perspectief te bekijken. Maar is het reëel? Nee. Dat dit traject voor ons enorm zwaar is komt omdat ons potje nooit leeg is geweest. Dat er altijd weer iets op ons pad kwam wat we moesten aanpakken en we nooit de tijd hebben gekregen om op adem te komen. Om het vertrouwen in het positieve terug te krijgen. Denk je niet dat wij de mooie dingen niet zien? Hoe gaaf die aanbouw is? Hoe knus dit huis is? Wat een fijn dorp we in komen te wonen? Natuurlijk zien we dat wel. Natuurlijk voelen we dat. Ook de liefde die wij hebben mogen krijgen in alle vorm van hulp die wij hebben mogen ontvangen. De donaties om er in ieder geval voor te zorgen dat we de druk van de dubbele lasten even niet voelen.

Maar steeds vaker zakt hier de moed in de schoenen. En ik zeg dat, ik schrijf dat, ik uit dat. Maar wat ik niet of nauwelijks uit zijn de frustraties van mijn man. Zijn wanhoop, zijn verdriet. Maar ook zijn dankbaarheid.

Ik ben zijn klankbord, zijn vangnet, zijn sparringpartner. Maar ik vind dat zwaar op dit moment. Ik vind het moeilijk om te zien hoe moeilijk hij het heeft. Hoe vaak hij huilt omdat hij het niet ziet zitten. Mij sms’jes stuurt vanaf het huis omdat er weer eens iets tegen zit. Of er een klus te wachten staat die hij zelf niet uit kan voeren. Zijn gevoel gaat bij mij door merg en been. En ik wil zo graag alles voor hem oplossen. Zijn zorgen wegnemen. Hem weer het gevoel geven dat hij weer mag ademen.

Als ik hem aankijk vormt zich een brok in mijn keel. Zijn haar is veel te lang. Zijn baard onverzorgd. Hij is moe. Ik zie de wanhoop in zijn ogen. Hij wil zo graag alles doen voor ons gezin. Alles oplossen en het hele huis opknappen. Maar hij wordt constant geconfronteerd met het feit dat hij dit niet allemaal kan. Hij mist mijn vader. Zijn redder in nood hierin. Zijn kundigheid en zijn vermogen situaties als deze op te lossen. Ik mis mijn vader ook. Al is het alleen al omdat mijn vader een deel van Franke zijn wanhoop zou begrijpen en hem de verlichting zou kunnen bieden die hij nodig heeft.

Ik huil omdat hij huilt. Ik wil dit niet meer. Die pijn in zijn ogen. De vermoeidheid.

Het gaat hier niet alleen om een beetje klussen en verhuizen. Dit ligt veel dieper. Een confrontatie met zichzelf in alle fronten.

Ik weet dat hij gelukkig is met ons gezin, met mij. En dat hij zich prettig voelt bij het minimaal sociaal contact hebben. Als in…weinig tot geen “echte” vrienden hebben. Dat is niet zielig. Dat is wie hij is. Dat is wie wij zijn. Maar op momenten als deze is het verrekte kut dat we zo zijn. Want als we weer eens iemand horen vertellen hoe ze met een tiental vrienden een huis hebben opgeknapt in een week tijd is het voor ons weer even slikken. Zeker als gedacht wordt dat wij dat toch ook wel voor elkaar kunnen krijgen. Bij elkaar kunnen trommelen. Want nee dat kunnen wij niet. Het was voor ons, maar zeker voor Franke al echt super dat de mensen die ons tot op heden hebben geholpen dit al hebben gedaan.

Maar je wilt niet altijd vragen. Kwetsbaar en afhankelijk zijn. Maar je bent het wel. Hij is geen superman. Kan dit niet nog weken volhouden. Want eerlijk is eerlijk, het enige moment dat hij nog voor zichzelf heeft is dat uurtje ‘s avonds op de bank. Voordat hij er op in slaap valt uit pure vermoeidheid.

En ik schrijf dit omdat ik hem wil helpen. Omdat ik hoop dat mijn woorden ook zijn hoofd een beetje leeg maken.

Omdat hij het niet vol kan houden om altijd maar de vrolijkheid zelve te “spelen” maar ondertussen een eenzame dood sterft. Het is niet eerlijk tegenover zichzelf dat hij zich nergens anders kan uitten dan bij mij.

Franke, verdrietig zijn mag, huilen, wanhopig zijn, het niet meer zien zitten, het mag. Boos zijn mag, teleurgesteld zijn, moe zijn, het mag. Maar uit het alsjeblieft. Dan word je in ieder geval beter begrepen.

Vanuit de grond van mijn hart zou ik willen dat ik je kon helpen. Dat ik het voor ons allemaal op zou kunnen lossen. Maar dat kan ik niet. En ik ben soms ook niet zo een goed klankbord, vangnet of schouder om op uit te huilen. En ik weet dat op deze momenten, dat we het beide even niet meer zien zitten, de angst het grootst is. En ik kan niet eindigen met dat het allemaal wel goed komt. Want dat weet ik niet. Ik kan het alleen maar hopen en zeggen dat ik heel veel van je hou. En heel dankbaar ben voor jou in ons leven en alles wat je voor ons doet.