Hard werken

Ik heb straks weer therapie. En in plaats van door het huis te rennen en vliegen om alles op orde te krijgen zit ik een beetje voor me uit te staren aan de eettafel. Behalve nu dan, want nu ben ik aan het schrijven.

Sinds mijn eerste gesprek met de psychologe ben ik veel gaan nadenken over wat ik nou precies wil en wat mijn einddoel is. Therapie in welke vorm dan ook is niet alleen een wekelijkse afspraak, of misschien twee keer in de week, of desnoods één keer in de maand. Vanaf het moment dat ik die drempel ben overgaan is het dagelijks hard werken. En dat klinkt altijd zo stom vind ik, “hard werken”. Maar dat is het wel. Toen we vorige week klaar waren zei ze, “Je hebt hard gewerkt”. En ik dacht eerst, wat een bullshit. Maar ze had gelijk.

Voordat ik de stap nam was ik voornamelijk aan het piekeren, of liep ik mezelf gewoon totaal voorbij. Ontkennend dat er een probleem was. Dat kwam zo nu en dan weer omhoog en dan begon de onrust weer. Het gevoel dat ik er echt iets mee moest. Want dit was geen leven zo.

Inmiddels ben ik dagelijks bezig met mijn herstel. Ik voel en wil echt verbetering. En al heeft mijn omgeving misschien nog niet direct in de gaten dat dit zo is. Ik voel het wel, en dat is het allerbelangrijkste. Want ik doe het in eerste instantie voor mezelf, en daardoor ook indirect voor mijn gezin. Ik besef me dat ik aan het begin sta. En ik voel ook regelmatig weerstand. Zo ook vandaag. Ik ben zo moe, echt letterlijk en figuurlijk. Het liefst was ik op deze sombere regenachtige dag in bed gaan liggen en deed ik niets. Een strijd speelt zich af in mijn hoofd. Ik voel me ook niet echt lekker en zou af kunnen zeggen. Maar ik weet dat ik dit niet ga doen, maar toch is daar die strijd in mijn hoofd. Het liefst zou ik willen dat morgen alles in één keer oké is. Maar dat zou iedereen wel willen die iets in zijn of haar leven heeft wat niet oké is. Maar jarenlang depressies en verlies in je leven lost zich niet na een paar afspraken met de psychologe op.

Ik ben me de afgelopen weken gaan beseffen hoe vreselijk uitgeput ik ben. Zie het als een soort burn-out. Als je een burn-out krijgt door je werk dan is een oplossing om rust te nemen, bijvoorbeeld in combinatie met therapie. Echter mijn “werk” geeft geen ruimte om rust te nemen. Mijn vermoeidheid komt door een opeenstapeling van allerlei gebeurtenissen in mijn leven. Heftige gebeurtenissen. En geen enkele keer nam, of had ik de tijd om te verwerken. Om rust te nemen. Ik ging door want er was geen andere optie. Ik sleepte mezelf door moeilijke periodes heen en ging daarin in alle oppervlakten mezelf voorbij. Ik doe dat nog steeds deels.

Mijn gezin is het allerbelangrijkste voor me. Maar ook het blok aan mijn been. En dat is misschien niet heel aardig om te zeggen. Maar het is geen persoonlijke aanval naar hen toe. Ik hou van ze, stuk voor stuk. En hun welzijn is mijn verantwoordelijkheid. Ook Franke is moe, en ook Franke heeft schade opgelopen door alles. De twee EMDR sessie die hij heeft gehad hebben echt al zijn pijn, verdriet en zorgen niet weggenomen. Zijn diepgewortelde angst mij te verliezen. Een angst die soms allesoverheersend is. Als ik slaap controleren of ik nog leef. Als ik te lang weg blijf controleren waar ik ben. Als ik te lang met de was bezig ben of op het toilet zit komt hij met een smoes even kijken of ik niet dood op de grond lig. Zijn angst wakkert mijn angst ook enorm aan.

Ik was nooit bang voor de dood. Eigenlijk ben ik dat nog steeds niet. Ik ben een keer bijna dood geweest en dat veranderde de angst die ik wel had voor de dood enorm. Want vroeger zag ik de dood als iets vreselijks. Dacht ik dat je daarna alles van bovenaf nog mee kreeg en wanhopig probeerde contact te krijgen met de mensen die je zo dierbaar waren. Dat de dood eigenlijk één grote kwelling was. Maar dat is het niet. Dood is dood. Als ik dood ga dan ga ik mijn man en kinderen niet vreselijk missen. Ik ben er dan simpelweg niet meer. Maar voor hun is mijn dood wel een kwelling. Hun moeten door de ruwe rouw heen. En als ik bij leven denk aan die pijn, aan hun verdriet, dan maakt mij dat intens verdrietig. En zelfs nu, als ik het schrijf voelt het alsof mijn keel wordt dichtgeknepen en probeer ik mijn tranen weg te slikken. Ik ben niet bang voor de dood, maar ik haat wat de dood brengt.

Wat het mij heeft gebracht, al 12 jaar lang. 12 jaar. Dat is lang. Want toen begon alles bij me. Bij het verlies van mijn biologische vader. Ik had me toen niet kunnen indenken dat ik 12 jaar later zoveel verlies in mijn leven meegemaakt zou hebben. En dat dat me zo ten gronde zou richten.

En dat moet, wil, en zal ik gaan ombuigen. Ja, ik kan morgen dood gaan. Maar Franke ook. Een ieder uit mijn gezin. Ik moet stoppen met dat als prioriteit in mijn leven te hebben. Bij ieder mooi moment te denken, “dit zou weleens de laatste keer kunnen zijn.” Dat slaat echt helemaal nergens op. En dat type ik heel makkelijk, en vroeger had ik wellicht gedacht dat je zoiets heel makkelijk om kom turnen. Maar zo werkt het helaas niet.

Ik moet het gaan voelen. Er in gaan geloven. Dat onbestemde, onrustige en misselijke gevoel wat zich constant in mijn buik bevindt moet gewoon weg. Ik wil weer vrij kunnen ademen en me lichter voelen. Natuurlijk besef ik me dat bij het ouder worden meer zorgen komen kijken. Dat je te maken krijgt met verlies, ziekte, ouderdom, etc. Alleen is dat in mijn leven allemaal wat te vroeg en teveel gebeurd. En ben ik nu op een punt gekomen dat het mijn leven totaal beheerst. En zoals ik al eerder schreef, dat is geen leven zo. En dat begint dagelijks zwaarder te worden. Het sleurt me naar beneden, naar een donkerte die ik helemaal niet wil zien of voelen.

Het is zo jammer dat daar hard werk (jaja daar is hij weer) voor nodig is alvorens er te komen. Want ik zou het het liefst vandaag nog voelen. En ik merk dat ik steeds bozer word als ik allerlei quotes voorbij zie komen. Quotes waardoor het moet lijken alsof het simpelweg lezen ervan iets zal triggeren in je hoofd waardoor alles voor altijd beter is. Bullshit. En ook alle mensen die denken of vinden dat ik me aanstel of dat ik overdrijf. Please leave! Dat je iets niet snapt dat kan. En dan kan ik alleen maar zeggen, wees blij. Wees blij dat je dit gevoel niet herkent. Dat voor jou hard werken totaal iets anders is. Echt wees blij.

Dus ik ga zo weer. Hard werken. En dat blijf ik voorlopig ook nog even doen. Zoekende naar een balans waarin ik en voor mijn gezin kan zorgen, en kan herstellen. Hoe ik dat precies moet doen weet ik nog niet. Want ik wil niemand tekort doen of teleurstellen. En ik wil Franke niet overbelasten door teveel hooi op zijn vork te gooien. Maar samen moeten we hier uit gaan komen. Zodat zowel hij als ik een mentaal en fysiek gezonder 2020 tegemoet gaan.

Ik wil weer mooie momenten kunnen beleven zonder daar afscheid bij te voelen. Ik wil weer een feestje kunnen vieren zonder te denken wat het misschien wel de laatste keer. Ik wil weer een wijntje kunnen drinken zonder dat ik dit doe om het laatste stukje van de dag te redden of om mezelf te verdoven van de pijn. Ik wil niet leven alsof het me laatste dag is. Ik wil leven in het hier en nu en ik hoop dat het me gegeven is om dit nog heel lang te doen. En ik wil weer die krachtige vrouw worden die overal doorheen komt zonder dat het haar kapot maakt. En zonder dat ze zichzelf kapot maakt.

En nu ga ik stofzuigen, opruimen, en mezelf klaarmaken voor mijn date.