De ladekast

In een ver verleden zei een therapeut ooit tegen mij, “Zie je hoofd als een grote boekenkast. Vol met boeken, ongeorganiseerd. Titels, kleuren, maten, alles door elkaar.” En dat klopte, zo voelde mijn hoofd ook. Èèn grote wirwar van angsten, ideeën, wensen, teleurstellingen, en alles lag totaal door elkaar. Ik zou met hem en met de hulp van een psycholoog gaan proberen die boekenkast weer op orde te krijgen. Alles netjes op titel, kleur, formaat. Een georganiseerde bibliotheek vol met informatie. Dat is me nooit gelukt. Maar de boekenkast nam ik altijd mee in mijn wijsheden. Als ik met iemand sprak die zich niet fijn voelde, die om hulp of advies vroeg, dan kwam ik met mijn boekenkast theorie aangezet. Zelfs nu nog hoor ik, zie en lees ik het veel. Het komt misschien een beetje knullig over, maar het legt wel op een simpele wijze uit wat je einddoel zou kunnen zijn als je je weer beter wilt voelen.

En zo schuif ik van meubelstuk naar meubelstuk en ben ik inmiddels beland bij de ladekast. Ook deze had ik al eens voorbij horen komen, maar steeds weer als ik bij de ladekast aan kwam verplaatste ik deze. Meubels schuiven is immers èèn van mijn grote hobby’s. En als ik niet schuif dan vervang ik wel wat meubelstukken.

Echter deze kast kan ik niet weg doen. Hij is me te dierbaar. Zit vol met herinneringen, goede en slechte. Hij past niet helemaal meer in mijn interieur, maar met wat schuif en pimpwerk komt hij toch steeds ergens te staan waar hij niet uit de toon valt.

De lades laat ik angstvallig dicht vanwege alle troep die ik erin verzamelt heb, en opruimen heb ik echt nog geen zin in. Maar al voelt mijn interieur nog zo Feng Shui, het blijft knagen dat ik weet dat het in die lades zo een troep is.

Toen ik mijn eerste afspraak bij de psychologe had merkte zij ineens die kast op. “Mooie kast Debbie, heb je die al lang? Wel handig ook met al die lades, kun je lekker veel in kwijt.”

En in een onbewaakt ogenblik begon ze ineens wat lades open te trekken. Steeds weer als zij er één open trok duwde ik hem snel weer dicht.

“Niet open maken. Daar zit niks voor jou in en je hebt daar niets te zoeken!”

Maar dat heeft ze wel. Want ik ben zelf naar haar toe gegaan om hulp te vragen om die kast op te ruimen. Want alleen lukt het me niet. Maar ik vind het moeilijk. Hulp vragen. Maar nu ze klein beetje heeft gezien van de troep in de lades zit het me dwars. Ik zie ze op een kier staan en ik erger me aan de spullen waarvan ik steeds een heel klein beetje zie. Ik wil zo graag opruimen maar het enige wat het zien van deze kleine beetjes troep door het gleufje van ieder laatje teweeg brengt is zoveel onrust, angst, pijn en verdriet. En ik ben zo bang dat als ik alle lades open gooi ik verdrink in alle troep.

De afgelopen weken waren zwaar voor me. Misschien wel nog zwaarder omdat mijn vermogen om mijn gevoelens te delen ook sterk is afgenomen. Soms huil ik wat als ik met Franke praat, en soms laat ik even wat rauwe emoties zien. Maar al snel sla ik op slot. En zelf op slot slaan betekent voor mij ook dat de omgeving om mij heen wat op slot slaat. Want wat vraag je iemand die zo in worsteling is met zichzelf? Waar moet je in hemelsnaam over beginnen als je misschien alles al een keer besproken hebt. En terwijl ik snap hoe moeilijk het is mis ik het ook. Want ook vaker hetzelfde vertellen, tranen laten om dezelfde pijn, delen wat je al eerder hebt gedeeld, het lucht toch op.

Toen ik vanochtend een foto bekeek van mijn moeder. Een foto die mijn zus mij twee dagen geleden stuurde omdat ik vanwege buikgriep niet mee kon naar haar. Toen brak ik. Ik begon te huilen toen ik inzoomde op haar ogen. Ik doe dat vaak. Inzoomen op foto’s. Emoties zoeken in de ogen van mensen. Details van hun lichaam in me opnemen. Omdat ik niet wil vergeten. Toen ik de ogen van mijn moeder zag werd ik zo intens verdrietig. Alsof er achter die ogen de ware Diana verscholen zit. De vrouw die ze ooit was maar nou gevangen zit in een lichaam en geest die totaal niet overeen komen met wie ze echt is. Terwijl ik aan het huilen was besefte ik me dat mijn moeder in één van die lades zit. En steeds weer schuif ik die dicht.

Mijn vader bezit er één, zijn plotse dood, maar ook het feit dat hij mijn biologische vader niet is. Emmo, mijn biologische vader en ook zijn dood bezitten een plek in mijn kast. Maar ook mijn verleden met deze beide mannen. Hoe mij verteld werd hoe de werkelijkheid was. En wat een nare gebeurtenis er aan vooraf moest gaan voor ik het te weten kwam. De vervelende ruzies die mijn ouders hadden. De nare gevolgen die alcohol konden hebben binnen ons gezin. De vreselijke pesterijen die ik in mijn jeugd heb gehad en mijn eeuwige overgewicht. Hoe eenzaam ik me heb gevoeld en bang was dat ik nooit geliefd zou worden. Hoe ik dacht liefde gevonden te hebben maar ook dit het niet bleek te zijn. Het verlies van zoveel dierbare om mij heen en mijn steeds groter wordende angst voor de dood. De nare scheiding van mijn ouders toen mijn moeder ziek was en de diepe depressie van mijn vader. Het uiteen vallen van ons gezin, van familie die mij zo dierbaar was. En daarna het uiteen vallen van mijn eigen gezin. Het verliezen van mensen die ik als familie beschouwde en het keihard knokken om wat ik nu heb, wat we nu hebben, stabiel en gelukkig te houden. De keuze om de zwangerschap van Vido voort te zetten, de foetale chirurgie, en de dagelijkse inzet die wij hiervoor moeten hebben. Alle zorgen en strijd die er geweest is om en met onze oudste dochter. De angst die ik heb gehad toen ik mijn Gastric bypass kreeg. En het moment dat ik op het randje van de dood balanceerde nadat ik een maagperforatie kreeg. De ziekte en dood van mijn zusje die mijn huidige angsten enkel groter heeft gemaakt.

De kast is groot, en dit bovenstaande is slechts een deel van de onopgeruimde laatjes die de kast bezit. Alles duwde ik constant weg.

“Ik stop het hier wel even in en ruim het straks wel op.” Maar van uitstel kwam afstel.

Maar nu wordt het tijd en voel ik sterk de behoefte. Ik moet opruimen. Ik wil opruimen. En ik hoop dat het me gaat lukken. Het is moeilijk, opruimen met 5 kinderen en een man om je heen. En ik moet eerlijk zeggen dat het op dit moment eigenlijk als bijna onmogelijk voelt. Het is teveel. Zij zijn niet teveel, maar voor mij is het teveel. Maar als ik niet opruim dan weet ik zeker dat de kast binnenkort verdwijnt in de houtkachel.

Dus met angst voor het geen wat komen gaat wacht ik mijn eerste afspraak af. Het onbekende. Ik weet dat dit slechts een opstapje is naar verdere hulp, diepere hulp, en dat de wachttijden voor tweedelijns ggz lang zijn. Maar ik moet, wil en zal er gaan komen. Ik moet toch verdomme wel een kast opgeruimd gaan krijgen!